Boerencake buiten de lijntjes

2013-12-11 17.13.08

Ohja, de cake is rond omdat deze, bij gebrek aan cakevorm (studentenhuis) in een taartvorm gebakken is.

Ik heb mijn eigen advies uit de vorige blog behoorlijk ter harte genomen, en daarom vandaag een heel simpel recept: cake. Want wie kan er nou geen cake maken?

Geen zorgen als het schaamrood je naar de kaken loopt, ik heb ook gewoon een mix van Koopmans gekocht. Alleen even eieren en boter toevoegen, beetje mixen, geheel in een cakevorm gieten en in de oven zetten. Heel simpel. Een beetje te simpel zelfs. En als iets te simpel is, dan ga ik zelf wel iets verzinnen om het ingewikkeld te maken.

Ik begin er langzaam maar zeker achter te komen waarom ik zo’n ramp achter het fornuis ben. Mijn huisgenootje, waarmee ik de cake bakte, attendeerde me erop.

Ik stond namelijk al een halfuur te raaskallen hoe we cacaopoeder door het beslag konden doen om de saaie cake “op te leuken”, of gebaksglazuur konden gebruiken, of misschien noten, of koekjes.. En hoewel ze mijn blinde enthousiasme aardig af wist te remmen door me deels mijn zin te geven (“Goed Charlotte, we doen er cacaopoeder en koekjes door”) maakte ze wel een belangrijk punt in een klap duidelijk:

“Jij kunt echt nooit gewoon een recept volgen hé?”

Daarmee sloeg ze de spijker op zijn kop.

Ik kan namelijk ook helemaal geen recepten volgen. Een recept is gemaakt door een ander, daardoor niet eigen en ongelofelijk saai. Een beetje aanwijzingen op een blaadje volgen kan iedereen, ik doe er graag een schepje bovenop door iets in een ingrediënt te gooien wat er helemaal niet thuishoort (de geitenkaas in de spinazietaart en de courgette in de gevulde paprika’s) of door iets compleet anders te doen (vanavond maakte ik risotto, en besloot ik de champignons er als eerste in te gooien, in plaats van als laatste). Gewoon, omdat het kan. Koken vind ik namelijk helemaal niet leuk als ik de aanwijzingen van een ander moet opvolgen. Nee, ik vind het liever zelf uit.

Met alle afschuwelijke gevolgen van dien, moge dat maar even duidelijk zijn.

Ik zou mijn lezer graag willen beloven dat ik mijn leven ga beteren en vanaf nu ieder recept, woord voor woord ga volgen, maar daarmee houd ik mezelf alleen maar voor de gek. Ik kan je nu al op een briefje geven dat als ik morgen mijn kookboek opensla om een recept te kiezen, het eerste wat ik denk is: goed, wat kan ik hier nog in doen om het beter te maken. Want het moet altijd beter, in mijn hoofd is het recept van AH.nl of Het Haagse Kookboek nooit goed genoeg. Terwijl dat laatste een kookboek is, dus als er iemand weet waar ze mee bezig zijn, dan moeten het de schrijvers van een kookboek wel zijn.

Nee, liever doe ik eigenwijs en toch net iets anders. “Ik kleur gewoon graag buiten de lijntjes”, gaf ik mijn huisgenootje als walgelijk clichématig antwoord. Maar het is wel waar. De paden waar iemand anders al heeft gelopen, zijn nooit zo leuk als de paden waarvoor je over een hek moet springen. De verhalen die al geschreven zijn, die schrijf ik liever niet, liever bedenk ik zelf iets nieuws.

2013-12-11 18.02.03

Oh, hier sta ik trouwens risotto uit een pakje van Bertolli te maken. Weten jullie dat ook weer.

En zo is het dus ook met koken. En soms, heel soms gaat het goed, maar meestal pakken de experimenten iets minder leuk uit dan gedacht. Vandaag viel het gelukkig mee. De cake was zo droog als de cake van de Euroshopper, maar het was niet aangebrand en zowaar eetbaar. Het was trouwens boerencake, en zo smaakte het ook, naar boerencake. Van die muffe cake. Van de cacaopoeder en de koekjes merkte ik dan weer bijzonder weinig. “Dan had je toch net zo goed een kant en klare cake kunnen kopen?” zegt de oplettende lezer.

Ja, maar dan was ik nu geen ervaring rijker geweest.

De volgende keer ga ik aan de slag met rum en rozijnen, denk ik.

Tarte aux épinards avec du sable et de l’eau

Ervaring leert dat alles interessanter en smakelijker klinkt in het Frans. Geef maar toe. “Escargots” ofterwel: slakken. Van het eerste woord loopt het water je in de mond, het tweede woord brengt hele andere gevoelens naar boven.

De enige reden waarom je op deze link klikte, is omdat je geen Frans spreekt en deze titel je het water in de mond liet lopen. Spreek je wel Frans, dan heb je waarschijnlijk geklikt omdat de titel: “Spinazietaart met zand en water” betekend. En dat kan maar 1 ding betekenen: er is weer wat mislukt in de keuken van Charlotte Boudesteijn. Ervaring leert tenslotte ook dat leedvermaak het beste vermaak is.

Een paar weken geleden steeg ik even boven mezelf uit en ging ik spinazietaart maken, voor mijn huisgenootjes en mijzelf. Het recept vindt je hier, ik voegde er nog geitenkaas (vraag me niet waarom, ik had zin in geitenkaas) aan toe en ik gebruikte verse spinazie in plaats van diepvries.

Allereerst kan ik je vertellen dat het vrij onmogelijk was om bij mij thuis spinazie te wassen. Onze wasbak in de keuken is een permanente woonplaats voor allerlei bacteriën waar je liever niet mee te maken hebt – en we hebben ook geen badkuip die we vol kunnen laten lopen om de spinazie in te wassen. Daarom besloot ik om in verschillende pannen en een vergiet mijn spinazie te wassen. Het waren maar 2 zakken, maar het leek echt alsof ik genoeg spinazie had voor een heel weeshuis.

2013-11-20 18.36.32

Nu ben ik niet volslagen idioot – ik weet ook wel dat je spinazie supergoed moet wassen, omdat je anders zand aan het eten bent. Op mijn manier (in de pannen en het vergiet) had ik de spinazie goed gewassen. Tijdens het bakken van de spinazie maakte ik de vulling van de taart klaar en bekleedde ik de bakvorm met bladerdeeg. Nog zoiets – het is knap ingewikkeld om met vierkante plakjes bladerdeeg een bakvorm te bekleden – maargoed. Spinazie door het mengsel gedaan, geheel in de bakvorm gegooid, geitenkaas er bovenop en klaar.

 

 

 

2013-11-20 19.13.13

 

 

En dat zag er dus zo uit.

 

 

 

Voor de oplettende lezer en kijker onderbreekt het gedeelte waar ik me realiseer dat spinazie een groente is die heel veel water vasthoudt en ik naar een manier zoek om de spinazie te ontdoen van het vocht. Dat klopt, oplettende lezer, daar heb ik namelijk niet bij stil gestaan. Dus terwijl ik de tafel dekte en mijn huisgenootjes enthousiast vertelde over een kookexperiment wat eindelijk gelukt was, veranderde mijn taart in een zwembad.

2013-11-20 19.59.14

Omdat we studenten zijn – en misschien omdat ze me stiekem een beetje zielig vonden – aten we een gedeelte van de spinazietaart toch maar op. Terwijl mijn ene huisgenootje lachte als een boer met kiespijn en commentaar gaf als “als je het zand vergeet, is de smaak best goed”, beoordeelde mijn andere huisgenootje het gerecht hap voor hap “ja, in deze hap zit minder zand, dit is wel oke, beetje waterig alleen”. Hetgeen waarvoor ik altijd bang ben was gebeurd: ze waren aan het liegen om mij een beter gevoel te bezorgen.

De spinazietaart – waar we later in de keuken het bladerdeeg vanaf stonden te pulken – gaf me wel stof tot nadenken. Allereerst moet ik misschien een stapje terug doen. Pasta, rijst en aardappelen willen inmiddels aardig lukken – maar zoals bovenstaande bewijst ben ik nog ver weg van mijn droom als “keukenprinsesje”. Een goed idee zou zijn om voortaan gewoon het recept te volgen en het recept van te voren goed te lezen. Dan had ik me gerealiseerd dat ik de ruimte niet had om al die spinazie goed te wassen en dat ik beter diepvriesspinazie kon gebruiken. Minder op impulsen, meer met verstand.

En, om me daar een beetje mee te helpen kreeg ik gisteren – als verlaat Sinterklaascadeautje – mijn allereerste eigen kookboek. Op de achterkant staat het volgende: “Hoe kook je het perfecte ei?”
2013-12-07 18.59.16

Dat lijkt me het perfecte punt om bij te beginnen.

De gevulde paprika

IMG_3716.jpgTwee weken geleden, op een maandag.

Recept van de gevulde paprika’s vond ik hier. Als extraatje voegde ik er zelf gehakt aan toe. Dit is hoe het ging.

“Snijd de paprika door de midden en verwijder de zaadlijsten.”

Daar begint de ellende al. Hoe de fuck verwijder je de zaadlijsten van een paprika, zonder alle zaadjes door de paprika te verspreiden. Mijn vorige huisgenootje leerde me dat ik de paprika moest wassen en tussen mijn handen moest rollen – dit resulteerde er meestal in dat de zaadjes door mijn hele paprika verspreid werden. Nu snijd ik mijn paprika gewoon in de lengte door met – jawel – zaadjes overal. Op het plaatje van het recept zitten de steeltjes er trouwens nog aan, daar heb ik me ook maar niet aan gewaagd.

Gehakt uit de verpakking gehaald en gehaktkruiden er doorheen gekneed. Ook dit was nieuw, normaal gooi ik het gehakt gewoon in de pan. Heeft iemand er trouwens wel eens bij stil gestaan hoe ongelofelijk goor het is om met je handen aan gehakt of andere vleeswaren te zitten? Koud, glibberig, gat-ver-damme.

Bedacht mezelf, tijdens het kneden van het gehakt dat ik dit moeders alleen maar had zien doen bij het maken van gehaktballetjes, en vroeg mezelf meteen af of je wel gehaktkruiden door gehakt moet gooien wat je “rul” wil bakken. Waarschijnlijk niet, gehakt als een grote bol in de pan gegooid en in kleine stukjes gehakt. Veranderde in een soort van miniscule gehaktballetjes. Ruikt wel lekker trouwens.

Het recept zegt dat ik de rijst in de koekenpan moet gooien – vanaf dat moment besluit ik dat ik het recept niet meer vertrouw. Rijst in de koekenpan gooien? Daar wordt het toch niet gaar van? Nee, de rijst ga ik gewoon koken. Ondertussen heb ik besloten dat ik naast de mais en het gehakt ook maar courgette in mijn mengsel ga doen, omdat ik daar nog een stukje van heb liggen. Geen idee of die smaken bij elkaar passen, maar wie niet waagt, wie niet wint.

Geheel van mini-gehaktballetjes, courgette, mais en paprika smaakt echt naar niets. Heel droog en saai. Ik zoek in onze gezamelijke huishoudkast nog naar paprikapoeder, maar helaas, dat zit er ook niet in. Misschien een snufje zout? Nee – hier roep ik mezelf tot de orde – de laatste keer dat ik dat deed, een “snufje” zout om mijn eten mee op te leuken, gooide ik perongeluk teveel zout in de pan, en moest ik tijdens het eten een kan water drinken.

De vulling is klaar – en nu mag ik het in mijn keurig uitgeholde paprika’s scheppen, die ik al in een ovenschaaltje heb gelegd. Makkelijker gezegd dan gedaan, een derde van de vulling beland op het aanrecht – geen ramp, want ik had teveel gemaakt. De paprika’s zien er wat vreemd uit, maar ze mogen de oven in.

Een halfuur later haal ik de paprika’s uit de oven. En hoewel het geheel eruit ziet als iets wat je je ergste vijand nog niet zou voeren, ben ik trots. Het is volbracht. Ik heb het niet verpest. Nu kan er niets meer fout gaan. Het maakt helemaal niet uit als het straks naar schoenzool smaakt, het is in elk geval niet aangebrand. Yes. Schouderklopje.

Met mijn hoofd in de wolken schep ik de eerste paprika op mijn bord, iets te enthousiast de tweede – en je raadt het al, de paprika kiept en de hele vulling valt over mijn dienblad. Een rieten dienblad that is – een leuk cadeautje van moederlief – waar ik nu iets minder blij mee ben. Een deel van de vulling is nog te redden, de rest moet ik tussen het riet uitpunniken.

De paprika is een  bittere bende, de vulling droog en saai. Mijn eerste kookexperiment. Fiasco.

“GET THE FUCK OUT OF MY KITCHEN”, zegt mijn innerlijke Gordon Ramsey. Ik geef me er maar aan over.

Morgen weer een dag.

Blauwe soep

Herinner je je die scene uit Bridget Jones, waar Bridget, vergezeld door grote liefde Mark Darcy een diner kookt bestaande uit verlepte sinaasappelpuree, blauwe soep en iets ondefineerbaars met erwten?

Dit, is mijn dagelijks leven.

Ik ben geboren met het talent om aan werkelijk elk gerecht iets te verpesten. En omdat we overspoelt worden met kookblogs van mensen met een aangeboren culinair talent, vond ik het tijd om het tegengeluid te laten horen. Er moeten namelijk genoeg mensen zijn die, net als ik zelf, een pan rijst nog kunnen laten aanbranden. Het is niet zo dat ik alles laat aanbranden, maar er gaat wel altijd iets mis. Zo vergat ik twee weken geleden een ei toe te voegen aan de cupcakemix, waardoor mijn cakejes zo hard als steen werden. Ideaal om het raam om de schutting van je onaardige buurman mee te bekogelen, niet zo ideaal voor bij een kopje thee.

Nu hoeft het tegenwoordig helemaal geen probleem meer te zijn dat je niet kunt koken, want ons wonderlijke universum vond de “kant-en-klaar-maaltijd” uit. We zijn inmiddels zelfs zover dat niet alles meer naar karton en plastic smaakt. Maar daar neem ik geen genoegen mee. Ik ben klaar met maaltijdsalades, diepvriespizza’s en lasagnes van de Euroshopper. Ik wil leren koken. Ik hoef geen Michelin-ster, ik wil gewoon dat mijn eten oprecht lekker gevonden wordt. Als ik nu voor iemand anders kook en vraag hoe het smaakt, krijg ik een “boer-met-kiespijn-lach” en een quasi-enthousiast: “Ja echt suuuuuuuper lekker.” Terwijl ik weet dat de desbetreffende persoon de dag na ons etentje, spendeert boven het toilet.

Nee, ik wil dat iemand glimlacht en zegt: “Goh Charlot, dat viel me enorm mee.” Ik ga er namelijk niet van uit dat ik zoveel smaakgevoel kan ontwikkelen dat iemand ook daadwerkelijk stil kan krijgen met mijn kookkunsten en dat is mijn ambitie ook niet. Ik wil gewoon meer kunnen dan aardappeltjes bakken en een stronkje broccoli koken (wat hoe dan ook altijd te zacht of keihard is).

Keukenprinses Charlotte, tot uw dienst.

%d bloggers like this: